En niets is meer wat het was

Vraaggesprek

 

Door Joh. Saaymans

 

Hoe zou je jezelf als schrijver willen karakteriseren?
Jezus... Weet ik veel... Wat bedoel je precies?

 

Ben je een realist, magisch realist, symbolist...
Nou, een realist denk ik... Er vliegen in mijn verhalen geen tapijten rond, of engelen, of geesten, er gebeuren geen wonderen, er zijn geen mysteries... Ik schrijf over doodgewone mensen die doodgewone dingen doen.

 

Is dat zo? In Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde verrast Erik zichzelf geregeld met gedrag dat niet 'doodgewoon' is...
Hij verrast zichzelf met gedrag dat hij niet goed begrijpt. Maar dat is op zichzelf doodgewoon. Wie begrijpt zichzelf nu echt?

 

Veel mensen denken dat ze zichzelf redelijk goed kennen...
Dat is zo, ik ook, maar we hebben het vrees ik mis. Erik van Duijn is interessant omdat hij niets voor lief neemt, ook zichzelf niet. Hij is iemand die kijkt en nadenkt en nog eens kijkt en dan een vraag stelt, dan nog een vraag, en nog een... Dat betaalt hij met een zeker verlies aan houvast. Hij ziet zichzelf als een vreemdeling. Hij vertrouwt zijn zelfkennis niet, hij heeft niet meer dan een vaag inzicht in zijn motieven, hij twijfelt aan de stevigheid van zijn identiteit... En dat is niet omdat hij dom is, integendeel. Hij heeft in de gaten dat wij onze zelfkennis, ons begrip van de wereld en de stabiliteit van wie we zijn overschatten. Ik heb in het boek als motto een citaat van Wilhelm Sebald opgenomen: "Hij stelt vast dat een mens weliswaar zelden krankzinnig wordt, maar dat het toch meestentijds niet veel scheelt. Er is slechts een geringe verschuiving nodig en niets is meer wat het was." Dat geeft goed weer hoe Erik zichzelf en anderen ziet.

 

Je hebt ook een citaat van John Updike opgenomen. "From a certain angle the most terrifying thing in the world is your own life, the fact that it’s yours and nobody else’s." Is het boek autobiografisch?
Nee, niet echt. Ik heb weliswaar onbekrompen uit eigen materiaal geput, maar me niets gelegen laten liggen aan het genre van de autobiografie. In literatuur gaat het om de verbeelding. Als ik schrijf doe ik zonder pardon wat nodig is om een goed verhaal te schrijven. Of dat strookt met de autobiografische feiten, is niet van belang. Het citaat van Updike gaat dus niet over mij, maar over Erik en het vertelt iets over zijn eenzaamheid. Het idee dat je op een heel fundamentele manier alleen bent, omdat jij nu eenmaal jij bent, en een ander die ander. Het gaat om die toevoeging: 'and nobody else's'. Dat besef vliegt hem geregeld aan...

 

De bundel is niet autobiografisch, maar bevat wel autobiografisch materiaal? Hoezo is de bundel dan niet autobiografisch?
Snap je dat niet? Het materiaal is autobiografisch, maar de verhalen zijn dat niet. Een auto is van aluminium, maar de reis is dat niet. Ik heb het materiaal naar eigen hand gezet, op geleide van mijn verbeelding. Daar draait het om. De verbeelding maakt dat op zich banale materiaal tot iets rijkers, iets dat betekenis heeft, en dat daardoor interessant wordt voor anderen. Zal ik dat voor je opschrijven?

 

Maar waarom gebruik je dan autobiografisch materiaal?
Kwestie van luiheid. Het is materiaal dat meteen beschikbaar is. Weet je wat gek is? Als ik nu een verhaal teruglees, weet ik niet meer wat biografisch feit is en wat niet. Ik weet het werkelijk niet meer. Door mijn eigen biografie te gebruiken als materiaal, heb ik mijn leven overschreven met literatuur...

 

Je kijkt een beetje benauwd...
Het heeft iets beangstigends. Dat je je eigen leven kennelijk zo gemakkelijk kunt vervangen door een verhaal. Het onderstreept Eriks gelijk: we kunnen niet aan op onze herinneringen. Ze zijn geredigeerd en naar de motieven van de redacteur kunnen we alleen maar gissen...

 

Waar komt de titel vandaan, Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde?
Die is ontleend aan een advertentie van een helderziend medium die ik ooit in de brievenbus kreeg, en waarin de onmiddellijke terugkeer van uw geliefde als een van de wonderbaarlijke diensten werd aangeboden, naast onder meer examens, wraak, opheffen van vervloekingen, antwoord op diverse levensvragen en auto. De tekst heeft me jarenlang beziggehouden, de gekte ervan, de ongerijmdheid, maar ook de wonderlijke poëzie. Vraag me niet waarom ik dat zinnetje zo mooi vind. De associatie die ik heb is een man op de bank, zijn geliefde is weggegaan, een week geleden, twee misschien. Hij is bezig aan zijn tweede of derde fles wijn. Voor hem op de met flessen, glazen en volle asbakken bezaaide tafel ligt het afscheidsbriefje, dat hij sinds haar vertrek al drie keer woedend heeft verscheurd om het vervolgens drie keer in tranen weer aan elkaar te plakken. En nu is het dinsdagavond, ver na twaalven, hij is bekaf, dronken en kijkt naar een herhaling van de Voice of Holland, dus hij beseft dat de bodem is bereikt, dat het niet erger kan, en dat hij nog maar één kans heeft: dat ze terugkomt, nu, onmiddellijk, zodat alles weer goed komt.

 

Gaat het titelverhaal over die man?
Nee, in dat verhaal zien we Erik in zijn studententijd. Hij is op drift geraakt in de stad, vindt in een kroeg dat advertentiekaartje, ziet op de achterkant een adres en komt zo bij een oude Amsterdammer op de namaaklederen bank terecht. Het verhaal eindigt in dronkenschap en een broeierige foxtrot, dus de bodem wordt wel bereikt, maar uiteindelijk hervindt Erik dankzij deze ontmoeting zijn levenslust.

 

Er zijn een paar thema's die in verschillende verhalen terugkomen, zoals de verzameldrang van Erik.
Zelf lijkt hij niet zo goed te weten waarom hij bijna obsessief verzamelingen aanlegt. Mij lijkt het een reactie op een wereld die hij als ondoorzichtig en onvoorspelbaar ervaart. Verzamelen staat voor sorteren, ordenen, controleren... Het is overigens wel zo dat zijn verzameldrang verdwijnt als hij ouder wordt, misschien omdat hij dan beschut wordt door de routines van gezin en werk. Dat stabiliseert hem. Of misschien komt het door de leeftijd. De dood nadert, op zijn minst als statistiek, en dan neemt het verlangen naar lichtheid toe. Afstand doen is pijnlijk maar er zit ook iets verlossends in.

 

Het is in elk geval zo dat de dood in de latere verhalen als thema sterker naar voren komt, dus als Erik al wat ouder is. Het laatste verhaal heet zelfs De dood van Erik van Duijn. Je schrijft ergens over de dood als het 'spuug in de bron'.
En dan citeer ik de grote Bernard Malamud: 'death's insistence on life...' De dood is nu eenmaal een bepalend gegeven en de narigheid is dat een goede verstandhouding met dat gegeven niet mogelijk is. Zoals gewoonlijk is de beste aanpak om de zaak onder ogen te zien en Meester Dood recht in zijn nare smoelwerk te kijken, maar dat valt niet mee. Gedachten als 'nooit meer' en 'niets' zijn onverteerbaar, je zit er op te kauwen als de stukjes zeen in het vlees van de kiloknaller. Maar een alternatief zie ik niet. Het idee van een leven na de dood, reïncarnatie, een eeuwige ziel, dat is allemaal zo kinderachtig. Dan toch liever het feit onder ogen zien. Dat heeft in elk geval nog een zekere waardigheid.

 

Je maakt niet de indruk dat je moeite hebt om erover te schrijven...
Dat is waar, ik vind het een heerlijk onderwerp, de dood. Ik kikker er altijd weer van op.

 

Een ander opvallend element in de verhalen is Zweden. Je woont sinds 2006 in Zweden.
Ja, ik werd verliefd op een Zweedse vrouw. Ze woonde toen nog in Nederland maar stond al op het punt stond terug te gaan naar haar moederland, na veertien jaar in Nederland. Verliefdheid is een vorm van krankzinnigheid, zoals bekend, dus ik ben met haar meegegaan. Over Zweden valt overigens veel goeds te melden. Het is uitstekend georganiseerd, stabiel, kalm en rustig, er is ruimte... Het heeft ook een goed klimaat, vind ik, vooral omdat er zulke uitgesproken seizoenen zijn. Tegelijk is Zweden een land dat bij mij geen heftige gevoelens losmaakt. Het is, in politieke en culturele zin, een tikje saai.

 

Nou, afgaand op je verhalen maken klimaat en landschap wel degelijk iets bij je los...
Dat is waar, vooral voorjaar en winter... Het voorjaar hier is wondermooi, ongelooflijk fris en helder en aangenaam. De indruk die dat maakt hangt natuurlijk samen met de voorafgaande winter, want die winters hier, goddomme... Ik heb nou een paar keer maanden van sneeuw en echt koleertige kou voor mijn kiezen gehad... Min twintig, min dertig... En nauwelijks licht: zo rond het middaguur richt de zon zich moeizaam even op, werpt een blik over de horizon, en zakt dan weer weg in de kussens... Dat laat niemand onberoerd, ook de Zweden zelf niet.

 

Je refereert in je verhalen geregeld aan andere schrijvers. Met welke schrijvers voel je je verwant?
Verwant? Met allemaal. Iedereen die de moed heeft gehad om een boek te schrijven is mijn broeder of zuster. Maar je wilt weten wie ik heb gelezen... Om te beginnen de kinderbijbel en W.G. van der Hulst, daarna J.B. Schuil, toen de Encyclopedie voor de jeugd, en vervolgens René Goscinny... Dat was een hele opluchting... Daarna kwamen mensen als Belcampo, Tolkien... En toen kwam Gerard Reve. Reve heb ik een jaar of vijftien heel intensief gelezen, alles, zelfs die verschrikkelijke toneelstukken... Veel van zijn boeken heb ik zes, zeven keer gelezen. Reve was een infatuatie zoals je die als jongeling kunt hebben, een dweperige verliefdheid. Ik wilde alles over hem weten, zijn liefdes, waar hij woonde, wat hij at, waar hij zijn sokken kocht... Inmiddels zie ik zijn werk met andere ogen, maar iets van mijn infatuatie is blijven hangen, want ik heb de biografie van Nop Maas met rode oortjes gelezen, althans de eerste twee delen... Na Reve heb ik dat niet meer zo sterk gehad. Flaubert is belangrijk geweest, Irving, Malamud... In Nederland Kousbroek, Adri van der Heijden natuurlijk... Nou ja, zo kan ik doorgaan... Het is nog altijd zo dat ik met meer gretigheid lees dan schrijf... Dus om terug te komen op je eerdere vraag, op wat voor soort schrijver ik ben: ik ben een lezer die van lieverlee is gaan schrijven.

 

Zijn er schrijvers waar je een hekel aan hebt?
Nee. Als ik een boek na tien, vijftien bladzijden niks vind, leg ik het weg... Nu wil je natuurlijk weten welke boeken ik na tien, vijftien bladzijden heb weggelegd, maar dat zeg ik niet.

 

Waarom niet?
Een kwestie van beleefdheid. Over slechte boeken zwijg je, ongeveer zoals je zwijgt over een aan lager wal geraakte oom.

 

Vind je het leuk om te schrijven?
Leuk... Ik ben erdoor gefascineerd, geobsedeerd misschien, maar leuk?... Het is eigenlijk rotwerk, er komt nooit een einde aan, je rug gaat pijn doen, je krijgt RSI... En dat terwijl je ook wijn zou kunnen drinken, muziek luisteren, je vrouw beminnen... Kijk, ik kan erg genieten van een geslaagde zin of alinea. Tegelijk kan ik erg lijden onder een mislukte passage. Leuk is het woord dus niet. Het zijn pieken en dalen...
Kennelijk staat er veel op het spel...

 

Waarom doe je het dan?
IJdelheid vooral. Geldingsdrang. Ik moet de wereld zo nodig laten zien dat ik geen sukkel ben.

 

Dat klinkt me te plat. Om te schrijven heb je toch een diepe drang nodig, iets dat de ijdelheid overstijgt, anders houd je het niet vol...

Er is denk ik niet zoveel dat de ijdelheid overstijgt... En zo plat is dat toch niet? Formuleer het dan anders: ik probeer mijn grootste talent zo goed mogelijk te ontwikkelen en dat met anderen te delen... Zo goed?

 

Ander onderwerp dan maar. Dat je het schrijven niet leuk vindt, betekent dat ook dat je moeizaam tot schrijven komt?
Nee, dat niet, integendeel. Ik schrijf heel gemakkelijk. Het is gewoon een kwestie van gaan zitten en tikken. Inspiratie heb ik niet nodig, geen drank of muze of een behangrol of een bepaalde pen... Het maakt me geen moer uit: ik ga zitten en begin te schrijven... Dat komt denk ik door mijn werk. Ik werk als hoofd redactie bij een - niet-literaire - uitgeverij. Schrijven is voor mij een dagelijkse bezigheid, werk, vergelijkbaar met metselen, of belastingaanslagen nakijken, of pubers uitleggen wat de Wet van Gossen is.

 

Je debuteert op een klassieke manier: met een verhalenbundel.
Ik ben een ouderwetse route gegaan. Mijn eerste verhaal verscheen in De Gids, daarna ben ik opgepikt door Tirade en daar heb ik een tijdje in de broed gelegen. Nu volgt bij Van Oorschot de verhalenbundel. Ik heb geluk gehad. Heel wat uitgeverijen weigeren verhalenbundels omdat ze commercieel niet interessant zijn. Van Oorschot gaat godzijdank een eigen weg.

 

Wat is er mis met commercialiteit? Er moet toch brood op de plank?
Zeker, maar dat moet beginnen met een goed boek, gemeten naar literaire criteria. Vervolgens moet je proberen dat boek zo goed mogelijk te verkopen. Kijk, ik heb niets tegen goede verkoopcijfers en niets tegen promotie en publiciteit. Als dat nodig is, dans ik de polonaise bij KoffieMAX, zoals Job Cohen deed. Maar dat doe ik pas nadat die eerste stap is gezet, nadat er een goed boek is geschreven. Je moet die twee - een goed boek, goede verkoopcijfers - niet door elkaar halen.

 

Je debuut is er. Wat ga je nu doen?
Een roman schrijven. Een verlaten huis. Daar ben ik voorzichtig mee begonnen. Het valt me niet mee, moet ik bekennen. Wie een verhaal schrijft, zit op de bok van een koetsje en ment een gezeggelijk oud circuspaard een rondje door het stadspark. Wie een roman schrijft, zit op de bok van een Landauer en ment een ongedurig span van zes volbloed hengsten door het centrum van Napels... Het is verschrikkelijk... Wat je als schrijver verder ook aan talent nodig hebt, je moet in elk geval de bereidheid hebben om lange tijd in grote onzekerheid te verkeren.

 

Waar gaat het boek over?
Een Nederlandse chirurg die na een mislukte operatie in beheerste paniek naar Zweden reist om daar, in alle rust en stilte, zichzelf te hervinden. Ik volg hem in de dagen vanaf het moment dat hij besluit weg te gaan, dus we zien hem eerst nog in Nederland, thuis, dan op weg naar Zweden, en vervolgens in Zweden zelf, waar hij rond een meer wandelt. Bij een crisis de vertrouwde routines verlaten is natuurlijk riskant, en dat blijkt het ook in dit geval te zijn... Wat we zien is een man die zijn houvast heeft verloren. In zekere zin herhaal ik daarmee het thema van Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde. Ik weet nog niet precies hoe het afloopt, al hoop ik van harte dat hij weer een of ander houvast vindt, want ik heb een pesthekel aan narigheid.

 

Dit gesprek heb je gevoerd met Joh. Saaymans. Waar komt dat pseudoniem vandaan?
Onder die naam heb ik lang, lang geleden enkele gedichten gepubliceerd in Mens en Gevoelens, een blad van Margreet Dolman, Paul Haenen dus. Eigenlijk ben ik dus al veel eerder gedebuteerd.

 

En vervolgens weer vergeten...
Volkomen. Om dan nu, na decennia, weer te herrijzen. Mooi hè? Jezus zou het me niet nadoen, die was nog warm toen hij weer opstond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Te koop

 

Boeken koop je in een boekhandel. Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde is voor € 17,50 te verkrijgen bij de betere boekhandel. Zie voor adressen de website van Uitgeverij G.A. van Oorschot.

 


 

 

 

Sander Kollaard